Kinderboekenweek 2011 (1) HELDEN – dapper durven zijn

IMG_2359 Het thema van de komende kinderboekenweek (5 t/m 16 oktober) is: HELDEN – dapper durven zijn. Lang van tevoren, liefst op de valreep voor de zomervakantie, beginnen scholen, theaters en bibliotheken kinderboekenschrijvers te bestellen die een min of meer feestelijke presentatie kunnen geven, liefst rond het thema van de kinderboekenweek. Dit bestellen gaat via de stichting Schrijvers, School, Samenleving in Amsterdam. Deze stichting bemiddelt tussen schrijvers en organisatoren en leidt e.e.a. in goede banen. Op zich lijkt het een eenvoudige zaak – tijdens de kinderboekenweek heb je het dus gewoon druk. Maar dat is te makkelijk gedacht. Voor kinderboekenschrijvers is het vaak zo dat minstens de eerste drie weken van de maand oktober een groot gekkenhuis zijn waarbij zij met auto of openbaar vervoer het hele land doorkruisen, al dan niet sjouwend met een gitaar, tassen of kratten met boeken, laptops en allerlei andere (soms merkwaardige) zaken die zij zoal gebruiken ter opluistering van de algemene leesbevordering (en de verkoopbevordering van hun boeken). 

Voorafgaand aan deze chaotische weken blijft de telefoon rinkelen en stromen de mails binnen. Of de schrijver een digibord nodig heeft? Of de klassen bij elkaar mogen in de aula? Of er behoefte is aan een microfoon? Of de schrijver moet worden opgehaald van het station? Of de schrijver ook wil signeren na afloop? Moet er een lunch klaarstaan? Is u vegetariër? Wat nu, de biebbeamer is kapot? Mogen er ook vaders en moeders bij de kinderen komen zitten? Mogen de kinderen op de vloer in de gymzaal zitten? Wilt u gratis nog vier uur langer doorwerken? Blieft u een introductie en wilt u alvast een wervende aankondiging over uzelf schrijven voor ons schoolkrantje/bulletin, en deze graag voor morgen mailen? Welke boeken moeten we van u lezen? En welke bestellen? Wenst u de komst van een boekhandel en zo ja welke, waarom en hoezo en welke boeken moet die dan meenemen? Heeft u verstand van dyslexie? Als u komt voor verstandelijk beperkte kinderen, is 30 minuten dan een probleem? enz. enz. Ach, en nou doe ik nog maar een spontane greep uit wat zo bij me opwelt. 

Het is nog even stilte voor de storm. Dankzij de spreiding van de zomervakantie. Ik probeer iedere dag te schrijven, ik heb een boek dat ik grotendeels af wil hebben. Want zodra het september wordt begint het… de mails, de telefoontjes, de verzoeken. Ik heb dit jaar een boek dat past in het thema: DONDERS! Onze hond is een held! Een heldenlied heb ik vast geschreven om te zingen met de kinderen. Een helden-powerpoint heb ik al in elkaar gedraaid. Nog even… nog even rust.

 

23 August 2011
By on 13:42
Doorlopende expositie


Etalage

In het pand van LIFO, Nieuwe Rijn 22 in Leiden, hangt vanaf vandaag een doorlopende tentoonstelling van mijn werk. De eigenaresse van LIFO die op weekdagen in het pand aan het werk is, vond het leuk een deel van het pand en de etalage ter beschikking te stellen voor een tentoonstelling van schilderijen en de verkoop van een aantal van mijn kinderboeken.

Vandaag begonnen we met inrichten, en meteen al kwamen de buren (café Meneer Jansen) en passanten kijken en wijzen aan de andere kant van het raam. We kregen veel complimenten en de andere bewoners en winkeliers van de gracht waren blij met de kleurrijke etalage aan deze prachtige, en druk bezochte winkel/markt-gracht vol terrassen op het water van de Nieuwe Rijn.

De LIFO is geen professionele galerie, verwacht er geen bloemen, klassieke muziek of bonbonnetjes op een kristallen schaaltje. Maar de LIFO is toegankelijk voor iedereen die even wil komen kijken en biedt een vriendelijk en gastvrij platform. U bent welkom om rustig even te kijken. Er zijn ook kinderboeken van mij te koop.  

De LIFO is geopend op alle weekdagen tijdens kantoortijden en buiten deze tijden op afspraak via post@selmanoort.nl. Zie ook www.selmanoort-art.nl.

  IMG_3505
IMG_3504

11 August 2011
By on 18:06
Heeft u ook een leesbril?

Brilenspin Zo rond mijn 45ste had ik er een nodig, een leesbril. Al gauw was één bril niet meer genoeg. Er moest er ook een in de badkamer komen om duidelijk te kunnen checken of ik er wel representatief en appetijtelijk uitzag. Eén op het nachtkastje voor het bedienen van onze nukkige radiowekker, het lezen van cryptogrammen en het zoeken naar van alles en nog wat in het laatje van mijn nachtkastje. Eén op mijn werktafel om te lezen en te computeren. Eén in mijn handtas om op een terrasje de lunchkaart te lezen en in winkels de prijskaartjes aan leuke shirts of jurken. Eén in mijn boodschappentas om in de supermarkt de uiterste verkoopdatum op verpakkingen te kunnen lezen en hoeveel caloriën ergens inzitten. Eén bij de tv omdat ik telkens net lekker op de bank lig en dan de tv-gids niet kan lezen. Eén in de auto om de instructies op mijn tomtom goed te kunnen zien en uiteindelijk nog een extra in mijn handtas omdat ik telkens brillen op scholen laat liggen nadat ik er heb voorgelezen uit 'eigen werk' alvorens weer de klas in te kijken.

Jajaja, ik weet het. Er zijn touwtjes en dan kun je er een om je nek hangen. En er zijn klikbrillen. Ik had touwtjes en ik had een klikbril. Maar ik werd steeds kippiger en die klikbril was niet sterk genoeg meer. En die een aan dat touwtje viel telkens bij het uit of aantrekken van jas of vest op de grond totdat er zoveel krassen opzaten dat ik er niks meer door zag. En aan het touwtje hing-ie ook in de soeppan. En in mijn bord eten. En zat hij klem tussen mij en de rand van de tafel. En…  nou, voor mij dus geen touwtje om mijn nek.

Je mist dingen zonder leesbril op. Zo dacht ik altijd dat de twee wastafels boven best schoon waren. Totdat ik mijzelf weer eens goed in de spiegel inspecteerde met bril op en zag dat, o, de wasbakken vol stoppels en klonten scheerschuim zaten. Tja, met vier scherende mannen in huis ligt zoiets voor de hand. Had ik nou die bril maar niet op gehad daar, dan had ik me daar ook niet aan geërgerd. En dat gold ook voor het aanrecht, het muurtje erboven, en verder alle kieren, hoekjes en randjes die ik met bril op ging inspecteren. 

Mijn hele leven was ik bang voor spinnen. Heel erg bang. Ik kon kreunend verstijven van angst en een hartklopping krijgen van zo'n beest. Tot ik mijn angst wel moest overwinnen omdat ik in dit huis ging wonen, omgeven door tuin en bomen. Dikke harige zwarte huisspinnen zaten op de trap. Kruisspinnen versperden buiten alle ramen en hingen voor deuren zodat je ze in je gezicht kreeg als je naar buiten stapte. IEW! Iedere stap die ik buiten zette, zwaaide en mepte ik vervaarlijk met de bezem voor me heen en weer en op en neer zodat mijn weg zeker vrij was van spinnen en webben. En ik sloeg aan het moorden. Nuttige beesten, die kruisspinnen? Ja, vast. Maar niet in mijn gezicht. Wegwezen, ga maar ergens in een heg hangen aan de buitenrand van mijn tuin. Ga daar maar nuttig wezen. En nu, de laatste jaren, begin ik te denken dat ik succes heb gehad. Ik zie niet zoveel spinnen meer rond het huis. En als ik ergens een mooi web zie deinen in de wind tussen de struiken, kan ik er zelfs goedkeurend naar kijken. Ik durf ook weer bloemen en bramen te plukken onder de bomen, en na de langste dag (als de spinnen komen) onkruid te trekken…

Of zou het te maken hebben met het feit dat ik buiten geen leesbril draag? Zonet kwam ik met een mooi boeket uit de tuin. Ik legde het op het aanrecht en zocht een mesje. Werktuiglijk zette ik de leesbril op die bij het boodschappenlijstje lag… Aaargh! Een dikke kruisspin rende over mijn bloemen. Een enorme langpoot repte zich met gezwollen lijf achter de kraan door om zich in mijn schaal tomaten te gaan verschansen. Een krekel hopte vrolijk op de koektrommel.  Het boeket leefde..! Aaargh! En ik had argeloos onder de bomen gestaan en tussen de struiken gebukt! Ik voelde meteen kriebel. In mijn nek (blotig bloesje aan) en mijn hals. Boven op mijn hoofd en achter in mijn haar – begon te meppen, te wrijven en me in bochten te wringen – en doe dat nog steeds…

Beste mensen, draag voor een prettig en argeloos gevoel van welbevinden geen leesbril in de badkamer of de tuin, en snijdt uw bloemen op gevoel.

4 August 2011
By on 12:47
Adembenemende zinnen

BOEKEN UIT AUSTRALIE

Na de tweede wereldoorlog emigreerde mijn moeders oudste broer met zijn gezin naar Australie. Daar wonen mijn neven nu dus, en ik had ze nooit gezien, behalve op foto's. Mannen met baarden zijn het, allemaal gek op boten en op varen. Zo'n  vijftien jaar geleden zochten ze contact met de hier nog overgebleven familie. Twee maanden geleden kwamen ze naar Nederland voor een sentimental journey. Twee broers, uit Nederland vertrokken toen ze 12 en 14 jaar oud waren. Nu heerlijke aussies, kerels waar je fantastisch mee kunt praten en lachen. 

Een van hen is zelfs gek op lezen (hoera, toch nóg iemand die gepassioneerd van boeken houdt in de familie!!!)  en bracht voor mij een boek mee van zijn favoriete (Australische) auteur: Tim Winton. Ik kende zijn werk niet maar beloofde het spoedig te lezen en hem te mailen wat ik ervan vond. Ik heb inmiddels gemaild dat ik erg onder de indruk was van het boek en kreeg prompt een tweede boek uit Australie toegezonden. En per web-shop heb ik ook nog vier andere titels thuisbezorgd gekregen. Ik kan dus lezen. Meer boeken van Tim Winton.

Dat ik meer werk van hem wilde leren kennen wist ik meteen toen ik dit las – deze paar zinnen:

So I'm the teller. But why don't I keep my mouth shut? Why? Because I'm alone, the carrier of everyone's memories. So when the dusk comes, in that gloaming time of confusion when you can't tell a tree-stump from a kangaroo, an owl-hoot from a question in the night, the dark begins to open up like the ear of God and I babble it all out, try to get it straight in my mind, and listen now and then for a sigh, a whisper, some hint of absolution and comfort on the way.

(Tim Winton "In the winter dark")

Nu maar hopen dat zijn andere boeken niet tegenvallen.

Art_auction_3335s
(Tim Winton)

shortlisted for the booker prize 1995, winner of the miles Franklin Literary award

3 August 2011
By on 12:18
Het Katwijks museum

Komt dat zien!


  Willysluiter1[1]_0_normal

Een week of wat geleden ontving ik het Museumkaartmagazine waarin de aankondiging van de tentoonstelling Katwijk in de schilderkunst. Omdat ik niet ver van Katwijk woon, altijd wel een paar uurtjes aan zee wil doorbrengen en mijn man nog vakantie had, besloten wij dit Katwijks Museum alvast te gaan bekijken. Ik was er nog nooit geweest. Het Katwijks Museum is een klein maar piekfijn museum, prachtig en verrassend ingericht en vol ontroerende schilderijen van zeer hoge kwaliteit. Verder staat het vol van allerlei zaken die met het zeer interessante verleden van dit dorp te maken hebben. Je kijkt je ogen uit en er valt veel te ontdekken. Door familie uit Katwijk, omdat mijn vader in zijn jonge jaren haringvisser was op een Katwijkse logger, en omdat we het dorp op zich goed kennen, was het voor ons extra interessant. Het was niet druk – we kwamen vroeg in de ochtend – en dat is precies zoals ik het graag heb; rustig kijken en vooral de tijd hebben om met mijn neus op de schilderijen staan. Wat ik onder andere werkelijk prachtig en aangrijpend vond was de afbeelding van de Katwijkse vissersvrouwen in hun klederdracht, groot en sterk, met rode gezichten, brede polsen en grove knuisten van het harde werk, met hun baby's dik ingepakt in omslagdoeken tegen zich aan, en de andere kinderen dicht tegen hun rokken. Wachtend op de mannen, werkend in kou en wind, turend over zee, een hard godvrezend leven waarin de kerk en het belijden van het geloof een hoofdrol speelden. 

Verrukt van alles wat ik zag, droomde ik fijn weg in dat museum en dacht aan mijn vader, tantes, familie, vroeger, de tweede wereldoorlog, de kunstenaars die er hadden gewoond voor die tweede wereldoorlog… tot er een mannetje kwam dat als vrijwilliger (geloof ik) in het museum werkte en perse van alles wilde vertellen. En ik kreeg hem niet afgeschud. Hij begreep al niet waarom we geen koptelefoontje met informatie wilden, en al helemaal niet waarom ik zijn verhalen niet wilde. Nu wil ik best wat horen, een toelichting bij vier of vijf bezienswaardigheden. Maar niet bij elk schilderij en elk visnet. Want dat is teveel informatie, veel te veel wat mij betreft. Ik wil vooral kijken en zien en dan vindt al dat moois vanzelf wel een plekje ergens binnenin mij, ver binnenin waar het vooral stil is en ik beelden van mooie dingen opsla. Het mannetje praatte maar door, vol informatie, feiten en wetenswaardigheden en tot overmaat van ramp werd er op de tweede verdieping hard, vervelend, dreinerig en vooral langdurig gestofzuigd. En dat tijdens openingstijd! Ik werd er gek van. Wat een vervelende rotherrie! We wilden er koffiedrinken, maar de stofzuigmevrouw ging de koffiekamer te lijf, dus dat lieten we maar. En het mannetje wilde maar niet weg, hoe duidelijk ik hem ook aan het verstand probeerde te brengen dat ik zelf wilde kijken… alleen! Naar wat IK mooi vond! Gelukkig kan mijn man beter met dat soort mannetjes omgaan. Maar mijn plezier was danig bedorven. Niet alleen door de ergernis van het harde gestofzuig, maar ook omdat ik akelig deed tegen het mannetje dat het vast goed bedoelde, en omdat mijn man boos wordt als ik akelig doe, en omdat dit nou juist een fijn, vredig uitje met zijn tweeën moest zijn waar ik gelukkig van zou worden omdat ik zoveel mooie dingen zag.

Enfin. Ik ga terug, deze week nog. Met mijn hoogbejaarde vader en moeder. Omdat mijn vader dit fantastisch zal vinden. En dan is de tentoonstelling ook open: Katwijk in de schilderkunst. Ik wil iedereen aanraden erheen te gaan. De tentoonstelling belooft veel moois, maar ook zonder die tentoonstelling is het een prachtmuseum en een dagje aan zee is nooit weg, toch, zelfs als het regent en waait zoals deze week. En als je je afvraagt hoe Katwijk aan die lelijke fantasieloze bebouwing komt die langs de boulevard staat, een boulevard die overigens na het verbreden van het strand prachtig is opgeknapt, dan moet je op zolder van het museum kijken. Dat zie je hoe in de tweede wereldoorlog dit prachtige dorp waarvan talloze schilderijen nog getuigen, gedeeltelijk moest worden afgebroken voor de Atlantikwall (pantsermuur/antitankmuur) en als je daar de foto van ziet, is het moeilijk niet binnensmonds te vloeken of tranen in je ogen te krijgen. Alleen de vuurtoren bleef staan (als uitkijkpost voor de Duitsers) en de onderkant van de kerk want die weigerden de Katwijkers af te breken (is mij verteld). De toren moest er wel vanaf. 

Troosteloze aanblik van de Boulevard direct na de bevrijding (Small)_0_normal.jp

Hopelijk wordt er niet gestofzuigd als je er een bezoek brengt, en hopelijk heeft het mannetje al een dankbaar iemand gevonden die aan zijn lippen hangt als je er heen gaat… dan kun je kijken en zien, en genieten. Want het is een totale verrassing, een prachtmuseum!

De tentoonstelling Katwijk in de schilderkunst – een groots overzicht van Katwijk als het kunstenaarsdorp dat het eens was, loopt van 19 juli t/m 5 november 2011. Komt dat zien! www.katwijksmuseum.nl

Schilderij: Willy Sluiter, foto: de anti-tank muur in de tweede wereldoorlog, met de kerk zonder toren.

 

 

18 July 2011
By on 12:48
“BROODSPOOR” een ketting van verhalen over Herman Brood

Door Amsterdam loopt een ketting van verhalen over Herman Brood, Het "Broodspoor", van het CS naar de tentoonstelling over Herman. Het spoor begint met het verhaal over mijn ontmoeting met Herman, jaren geleden, in de trein van Zwolle naar Amsterdam.  Vandaag hoorde ik voor het eerst het nu geknipte en geplakte verhaal  terug op de site. Het is tien jaar geleden dat Herman Brood is overleden. Voor wie het leuk vindt om het verhaal ook te horen, zie bijgevoegde link.

IMG_3045

11 July 2011
By on 13:14
Schuldbewust

Als ik op reis ga of auto rijd, heb ik altijd iets vreemds bij me. Niet expres meegenomen omdat ik daar een hoger ideaal mee nastreef – dat bedoel ik niet. Ik bedoel 'vreemd' in de zin van 'ongebruikelijk'. Namelijk een ouwe sok van mijn man, uitgerekt en verbleekt door het vele wassen, gevuld met de goedkoopste soort rijst uit de supermarkt en gedicht met een stevige knoop in het uiteinde. Die ziet er dus uit als een soort flexibele, zacht ruisende fopworst, buitengewoon en merkwaardig. Waarom? Omdat ik last heb van mijn rug/bekken en moeite heb met lang zitten. Zo'n sok (kun je opwarmen in de magnetron net als een pittenzak) kun je in je rug proppen, of onder je zitvlak, en zodoende iets comfortabeler een verre reis maken. Ik nam de sok vorige maand ook mee in het vliegtuig naar Suriname. Zonder enige vragen mocht ik Nederland uit, de sok werd op de soort röntgenfoto die al mijn bezittingen in mijn handtas aan de douane toont, niet verdacht gevonden.

Maar op Zanderij Airport, voor de terugreis naar Nederland werd er bars gekeken en streng gecontroleerd. Ik moest mijn aansteker afstaan. Mijn schilmesje had ik gelukkig al weggegooid. Ook moest ik mijn slippers uit en onder het poortje door, dat natuurlijk meteen piepte, want het piept altijd bij mij, al draag ik niets van metaal. In Rusland was dat heel vervelend. Ik had daar strakke laarzen aan die natuurlijk uit moesten en dat lukte me niet snel genoeg want er was geen stoel om op te zitten en ik kon met mijn onwillige rug niet bij mijn voeten. Mijn handtas en paspoort lagen klem op de lopende band en verdwenen tot mijn gefrustreerde ongerustheid aan het eind van de band uit het gezicht tussen graaiende mensen. Intussen worstelde ik met mijn laarzen. En nog geen paar honderd meter verderop herhaalde dit zich tot mijn verslagenheid onverwacht nog eens opnieuw. Ik had mijn laarzen net weer aan maar men had geen medelijden met mij. Ze moesten nog een keer uit en ik moest op een gegeven moment op een laars en een sok verder hompelen om mijn gezelschap bij te benen. In Paramaribo had ik dat laarzenprobleem tenminste niet. Daar schopte ik mijn slippertjes uit en stapte ik er zo weer in. Vanwege het piepende poortje moest ik wel mijn handtas openen. Men keek in mijn toilettasje, neusde in de zijvakjes en wenkte mij autoritair naar een hokje waar ik gefouilleerd werd door een gezette dame met vocht in haar knieën. Ik had medelijden met haar want ze moest mijn benen bekloppen tot aan de enkel en ik bood haar, enigszins tot haar verlegenheid, mijn arm dan ook maar aan zodat ze waardig weer overeind kon komen. Intussen stond een zeer grote, streng geuniformeerde pikzwarte man met mijn sok vol rijst in zijn handen, zonder enige verbazing te tonen. Hij betastte hem en vroeg: 'Wat is dit?' Schuldbewust en doordrongen van de onwaarschijnlijkheid van mijn uitleg, antwoordde ik zwakjes: 'Een ouwe sok vol rijst, meneer.'

Hij vertrok geen spier, hij knipperde niet eens met zijn ogen. Hij propte de sok terug in mijn handtas en met een barse hoofdknik gaf hij me te kennen dat ik het land mocht verlaten. Mensen die een sok vol rijst meenemen, leggen ze in Suriname geen strobreed in de weg. Naar Rusland had ik die sok toen nog niet bij me. Maar goed ook. De angstaanjagend geëpileerde douanedames daar hadden, op hun werk dan en volgens mijn fijngevoelige inschatting, veel minder waardering voor menselijke merkwaardigheden. 

 

26 June 2011
By on 18:57
Kinderboekenfestival Paramaribo 2011

Poster suriname Half mei werd ik gebeld met de vraag of ik een week later met Stichting Mondiall mee zou kunnen naar Suriname voor het kinderboekenfestival in Paramaribo. Ik werd er plezierig door overvallen want het was al weer een tijd geleden dat ik werd gevraagd voor iets spannends of bijzonders in verband met mijn werk als kinderboekenschrijver. Na kort huiselijk overleg zegde ik toe, en in de dagen eropvolgend verzette ik afspraken, drukte ik mijn mannen thuis op het hart de kat niet te laten verhongeren, pakte ik wat zomerkleding in een tas en werd ik voor Schiphol afgezet. Het gezelschap dat uit Nederland naar Paramaribo zou afreizen bestond uit acht personen waarvan ik er een aantal al kende. We maakten kennis voor de incheckbalie en 12 uur later reden we in het donker door Suriname in een busje met koffers en andere bagage hoog op de achterbank opgestapeld, en probeerden we turend in het donker en met gespitste oren een idee te krijgen van deze warme, verre wereld die we hadden betreden.

Het kinderboekenfestival vond plaats op een enorm terrein met een openlucht-theater en drie grote hallen, en daar omheen een veld waarop talloze grote circus- en cateringachtige tenten stonden opgesteld, onderverdeeld in 'stands'. Alles was aangekleed met vlaggen, banieren en balonnen, er reed een treintje voor de kleuters, er stonden houten panelen waarop geschilderd mocht worden en in elke stand stonden vlonders en stoelen klaar. Een stand kon een zesde deel van een (zeer grote) cateringtent zijn, begrensd door lange brede stroken katoen van de rol in verschillende heldere kleuren. De eerste dag dat we er waren richtten we de stands in met snel meegenomen PR materiaal, wat postertjes, kaarten en vlaggetjes. De maandag daarop begonnen we om 8 uur in de ochtend met een ochtendopening voor alle deelnemers/standhouders en het hijsen van de Surinaamse vlag. Even na acht uur begonnen de kinderen binnen te stromen. Ze werden met bussen naar het festivalterrein gebracht. Er kwamen 5500 kinderen per ochtend en nog eens ongeveer 2000 in de middagen.  De stands werden allemaal druk bezet door educatieve organisaties en er was een groot en zeer divers aanbod van workshops voor kleuters, basisschoolkinderen, gezinnen en een ieder die geïnteresseerd was in welke vorm van cognitieve, sociale of creatieve educatie dan ook.

Het was niet eenvoudig werken. Ik wist van tevoren niet welke leeftijdgroepen ik op bezoek zou krijgen. Gelukkig bleken het allemaal groepen 3 t/m 6 te zijn, precies in mijn straatje. De grootste moeilijkheid was dat er geen bescherming was tegen de omgevingsgeluiden. Het katoen hield het yambee geroffel van iets verderop niet tegen, ook niet de geluiden van de schooltelevisie achter de katoenen stroken in dezelfde tent. Het zingen, het klappen, het theater met versterkers direct achter me in de tent en het lawaai van de kinderen die in optochten tussen de tenten door van stand naar stand liepen, pratend en lachend, zorgde voor enorm veel afleiding. Voorlezen was uitgesloten, stemnuances ook. Schreeuwen was een alternatief dat ik weigerde te overwegen. In de tent was de gevoelstemperatuur 45C en het zweet brak me dan ook niet alleen uit van de warmte, maar ook van akelig onvermogen. Negen klassen per dag liepen vol verwachting mijn stand binnen – hoe ging ik dit aanpakken?! Gelukkig had ik een boekje bij me dat zich eenvoudig liet vertalen naar een mime/theaterachtige voorstelling, en de tweede dag ging ik uitsluitend hiermee aan de slag. Telkens leerde ik bij wat de kinderen grappig of spannend vonden zodat ik mijn voorstelling al gauw kon uitbreiden tot 25 min. Er was een half uur gepland voor iedere bezoekende groep, dus ik kon weer gerust ademhalen, ik wist de kinderen te boeien, ondanks al het afleidend lawaai om me heen, en ze gingen lachend weg, ze hadden het leuk gevonden. Pff!

Ik heb veel geleerd en heb nu allerlei ideeën voor als ik weer eens zou gaan. Dan zou ik dit meenemen en dat zo doen, een voorstelling maken, illustraties uit het boek uitvergroten en geplastificeerd meenemen zodat er meer visuele prikkels zouden zijn en ik minder afhankelijk zou zijn van mijn stem alleen. Ik weet niet of ik ooit weer wordt uitgenodigd – een ding heb ik in elk geval opgestoken – ook al lijkt iets aanvankelijk onmogelijk, je kunt altijd je grenzen nog verder verleggen en als je je flexibel opstelt, kun je ook in de meest moeilijke omstandigheden en met minimale middelen een aangepast programma presenteren, zolang je je maar niet druk maakt en je niet perse wilt vasthouden aan wat je je hebt voorgesteld of voorgenomen.

IMG_3406

Multiculturele voorstelling in het openluchttheater, Kinderboekenfestival 2011, Paramaribo.

20 June 2011
By on 11:43
AFSCHEID VAN MIJN REDACTEUR

 

  IMG_0847

Lange tijd samen bij Uitgeverij Leopold – links staand vooraan: Jacolien Kingmans, links achter staand: Nannie Kuiper,naast haar: Geertje Gort, linksonder voor: Tonke Dragt met daarnaast Annemarie van Haeringen en Miep Diekmann. Rechtsvoor: Liesbeth ten Houten, uitgeefster, met links van haar zittend: Ted van Lieshout en rechts Dolf Verroen, rechts staand v.l.n.r Lydia Rood, Ria Turkenburg en Selma Noort.

Vanmiddag is de jaarlijke 'borrel' bij Uitgeverij Leopold in Amsterdam. Dan nemen we ook afscheid van redacteur Jacolien Kingmans, decennia lang toegewijd en enthousiast redacteur bij Leopold.We zullen haar opgewekte en energieke persoon zeker missen! 

Column, eerder verschenen in het VvL Bulletin, 2011
'Die uitgever die kan nu wel zeggen dat hij je boek gaat uitgeven, maar voor hetzelfde geld zet zo'n vent zijn eigen naam onder jouw werk en strijkt hij de eer op. Ik wil dat je nu in een briefje naar hem schrijft dat je een afspraak op papier wilt, met een handtekening van hem eronder of zoiets,' eiste mijn vader 32 jaar geleden, voetstoots aannemend dat uitgevers gezette, sigaren rokende mannen waren, uit op mijn kuisheid. Mijn tegensputteren dat het heus wel goed zat, wuifde hij weg. Hij stond erop! Misschien belde ik op, hakkelend en akelig onder druk gezet, maar ik vermoed dat ik een briefje schreef. Een kopie of doorslag heb ik daar niet van. Van alle bewaarde correspondentie tussen mij en mijn uitgever is dit het allereerste keurig getypte briefje van Uitgeverij Leopold, toen nog gevestigd in Den Haag, mei 1979, waarop de aanhef: Mejuffrouw Selma Noort onder het adres van mijn ouderlijk huis.

  - We waren een beetje verbaasd toen we hoorden dat je al graag een contract wou zien. Jij hebt dit grotendeels aan Miep (Diekmann) te danken – dan mag je ook de uitgeverij die zij vertegenwoordigt wel vertrouwen. Wij hanteren een contract met de standaardbepalingen zoals die zijn opgesteld door de Vereniging van Letterkundigen in samenwerking met de Koninklijke Nederlandse Uitgeversbond en dat is echt wel goed. Het komt mij voor dat van een contract in dit stadium nog geen sprake hoeft te zijn. Eerst moet het manuscript bijgeschaafd worden. We hopen binnenkort zelf eens met je kennis te maken en dan kunnen we al die dingen rustig bespreken.Ondertekend met vriendelijke groeten, in afwezigheid van Liesbeth ten Houten (de uitgeefster), door Jacolien Kingmans. Ik vond het een neerbuigend briefje en schaamde me dood.

Mijn vaste redacteur werd ze, "die Jacolien" en is dat tot op de dag van vandaag gebleven. Veel van mijn boeken spelen zich af in Leiden, dus het komt mooi uit dat zij daar woont. Ze heeft duidelijke beelden bij wat ik schrijf en ziet mijn hoofdpersonen langs de juiste grachtjes en door de juiste stegen lopen. Deze zomer gaat zij met pensioen. Haar kordate, opgewekte stem zal niet langer door de telefoon klinken als ik de uitgeverij bel. 'Maar ik blijf thuis nog wel een en ander doen,' zegt ze. 'Dus als je het goed vindt, neem ik in elk geval je volgende twee boeken nog voor mijn rekening, hoor Selma.' Natuurlijk vind ik het goed. Zij is degene die al mijn werk met de grootste aandacht heeft gelezen en regelmatig roept: 'O ja, dat staat in dat ene boek!' terwijl ik dat al bijna weer ben vergeten.

Wat begon met een berispend briefje, groeide uit tot een decennia lange samenwerking.  In een allengs groeiend en steeds bonter kleurend gezelschap van vele boekpersonages reisden wij door woelige tijden. Jacolien kent mij beter dan menigeen. Hoewel…  Soms schrijft zij weleens een eigenschap of ervaring aan mij (en mijn familie) toe waarover ik toch wel verbaasd de wenkbrauwen frons. Tot ik mij dan, na enig nadenken, realiseer dat zij ons vereenzelvigd met personages in mijn boeken. Ha. Grappig. Mijn redacteur kent mij niet helemaal. Maar zoals ik al schreef, wel beter dan menigeen – zij kent mij allemaal.

Selma Noort


 

 

 

 

 

 

 

9 June 2011
By on 11:26
JONGENS EN MEISJES ZIJN HETZELFDE, HET VERSCHIL ZIT HEM IN DE OPVOEDING… OF TOCH NIET?

Wedden dat... Ik herinner me o.a. van mijn opleiding tot kleuterleidster op de toen nog "Haanstra Kweekschool voor kleuterleidsters " in Leiden, eind jaren '70, dat een heersende opvatting was dat jongens en meisjes hetzelfde waren en konden, en dat het verschil hem vooral in de opvoeding en de vooroordelen zat. Men wilde dan nog wel schoorvoetend toegeven dat de lichamelijke verschillen wel konden bepalen dat meisjes bijvoorbeeld leniger waren en jongens sterker (met de komst van de puberteit) en dat meisjes sneller volwassen werden dan jongens, maar ook dit werd in twijfel getrokken. Was dit niet omdat meisjes meer verantwoordelijkheden en taken kregen en omdat jongens werden verwend en meer vrijgelaten? De discussie woedde voort en ondertussen was niet iedereen blij met de nieuwe opgelegde mores. Iedereen moest nu mannelijk en vrouwelijk tegelijk zijn en alles tegelijk kunnen en begrijpen en overal over meepraten, en de indentiteitscrisis lag om de hoek.

Hoe kom ik hier nu aan terug te denken? Omdat ik door uitgeverij Zwijsen werd gevraagd een boekje te schrijven voor kinderen die moeite hebben met lezen (en het daarom ook niet leuk vinden). En graag – LET WEL – een meidenboek.  Haha!  Ik kan er hartelijk om lachen. Jammer dat we pas gaan inzien hoe betrekkelijk alle opvattingen en waarheden zijn als we ouder worden. Enfin, ik dacht, een meidenboek, wat moet ik daar nou mee? Maar vrijwel meteen schoot me een idee te binnen dus ik accepteerde de opdracht en ging aan het werk. 

Wedden dat ik het kan! Drie meiden uit groep 8 pimpen de meester. Daar valt nogal wat aan op te knappen. Gelukkig is grote zus punk-kapster, andere grote zus werkt in de kringloop en pa is tattookunstenaar. Of het lukt om de meester op te knappen… ja. Maar een tattoo op zijn bil gaat hem toch te ver. Gillend vlucht hij de straat op. Ik heb het grinnikend geschreven, Els van Egeraat heeft het lachend geïllustreerd, en nu maar hopen dat meiden die niet van lezen houden en er niet goed in zijn, er ook om kunnen lachen…

 

15 May 2011
By on 10:50